DUTCH LANGUAGE LEVEL TEST

This test will help you have a better understanding of your current Dutch level.
Please choose one answer for each question. If you are not sure about some answers, it's best if you select Not sure. You will have a more accurate result than by simply guessing the correct option.

Have a look at our language levels.
Total tests taken so far: 250. Average score: 29/50
1. Waar _________ jullie? In Den Haag.
blijven
leven
gaan
wonen
I don't know
2. Hoe is het met jou? Goed, _________ .
alsjeblieft
graag
dank je
alstublieft
I don't know
3. ‘Hallo Peter. Met Kees. Hoe _________ het?’
loopt
werkt
wil
gaat
I don't know
4. Mijn naam is Jan. Hoe _________ jij?
is
ben
heet
noem
I don't know
5. Ik zie mijn vriendin om _________ (20.30 uur). We gaan naar de film.
dertig uur twintig
half acht
half negen
dertig minuten na acht uur
I don't know
6. Waar zijn mijn schoenen? Ik _________ het niet.
weet
kan
zal
wil
I don't know
7. Is het vandaag vrijdag? Ja, _________ was het donderdag.
gisteren
vandaag
morgen
eergisteren
I don't know
8. Zowel katten _________ honden kunnen niet praten.
en
of
als
ook
I don't know
9. Ik heb _________ 1965 _________ 2008 in Nederland gewoond.
van / van
in / in
van / tussen
van / tot
I don't know
10. Ik _________ gisteren naar de markt.
wandel
loop
liep
loopt
I don't know
11. Wat is een ander woord voor ‘beest’?
dier
mens
plant
spook
I don't know
12. Maak de zin af. Als je kwaad bent, ben je heel _________ .
lief
stout
vlug
boos
I don't know
13. Wat is geen eten?
brood
koek
melk
rijst
I don't know
14. Het boek _________ van de tafel gevallen.
is
zijn
heeft
hebben
I don't know
15. Roken is schadelijk voor de gezondheid. _________ kun je last van krijgen.
Op
Daar
In
Zo
I don't know
16. Ik _________ met de auto naar Amsterdam.
ga
loop
fiets
wandel
I don't know
17. Wat is goed geschreven? 23.
tweeëndertig
drieëntwintig
twintigdrie
drietwintig
I don't know
18. Het is 15.00 uur. Het is _________ .
ochtend
middag
avond
nacht
I don't know
19. Welk woord hoort niet in de rij?
woensdag
zaterdag
vandaag
maandag
I don't know
20. Wat is het meervoud van ‘boom’?
booms
boomen
bomens
bomen
I don't know
21. De man van mijn zus is mijn _________.
broer
zwager
neef
nicht
I don't know
22. Het biertje is koel. Het _________ biertje. Een _________ biertje.
koele / koel
koel / koele
koel / koel
koele / koele
I don't know
23. Mijn neefje is vadaag jarig. Ik feliciteer _________ met zijn achtste verjaardag.
haar
hem
mij
hij
I don't know
24. Zullen we iets gaan drinken? _________, ik heb geen tijd.
Ja
Graag
Sorry
Prima
I don't know
25. Wat is de juiste woordvolgorde?
Moeten om 8 uur onze kinderen slapen.
Om 8 uur slapen moeten onze kinderen.
Onze kinderen slapen om 8 uur moeten.
Onze kinderen moeten om 8 uur slapen.
I don't know
26. De trein vertrekt van _________ 8.
lijn
baan
perron
weg
I don't know
27. _________. Heb je lekker geslapen?
Goedenacht
Goedemiddag
Goedemorgen
Goedenavond
I don't know
28. Het eten van Petra smaakt goed, maar het eten van Annelies smaakt _________ .
goeder
goedst
beste
beter
I don't know
29. Wat vind je van _________ zwarte auto hier?
dit
deze
die
dat
I don't know
30. Wanneer _________ je met de Nederlandse cursus begonnen?
ben
is
zijn
bent
I don't know
31. Als ik ziek ben, ga is naar _________ .
de veearts
de huisarts
de tandarts
de dierenarts
I don't know
32. Daphne en Ralf zoeken een nieuw huis. _________ zoeken een nieuw huis.
Hij
Hun
Zij
Wij
I don't know
33. Een makelaar verkoopt _________ .
auto’s
fietsen
groente
huizen
I don't know
34. Ik _________ twee keer naar Nederland _________.
is / gegaan
ben / gegaan
is / gaan
ben / gaan
I don't know
35. Ik luister graag _________ klassieke muziek.
naar
op
in
achter
I don't know
36. Ik heb last van _________ voet als ik loop.
mijn
haar
zijn
onze
I don't know
37. _________ is je naam?
Wie
Wat
Wanneer
Hoe
I don't know
38. Ik ga _________ naar de bakker. Ik ben over 5 minuten terug.
toch
even
graag
vandaag
I don't know
39. Mijn vriend heeft _________ diploma gehaald. Hij is nu leraar.
haar
mijn
jouw
zijn
I don't know
40. Ik wil graag krentenbollen. Hoeveel wilt u _________?
door
voor
er
in
I don't know
41. Ik doe een jas aan, _________ het koud is.
want
maar
dus
omdat
I don't know
42. Ik geef een feestje, omdat ik vandaag jarig _________.
bent
ben
is
heb
I don't know
43. Alle informatie tijdens de Nederlandse les schrijf ik _________.
op
onder
uit
af
I don't know
44. Peter is _________ groot _________ Johan.
even / dan
dan / even
even / als
als / even
I don't know
45. Als docent Engels is Jan _________ de organisatie van de reis naar Londen voor alle vier de klassen.
speelt een rol bij
betrokken bij
opgesteld
verplicht
I don't know
46. De energierekening wordt steeds hoger. Ik denk dat ik moet _________ naar een goedkopere energieleverancier.
overstappen
instappen
doorstappen
uitstappen
I don't know
47. Wat hij heeft gedaan was voor de zoveelste keer niet effectief en heeft het bedrijf veel geld gekost. Het was _________ . Ze hebben hem op staande voet ontslagen.
een druppel op een gloeiende plaat
de druppel die de emmer deed overlopen
gelijk aan twee druppels water
een druppel in een emmer
I don't know
48. Mag ik vandaag een half uur eerder naar huis? Ja, _________ mag.
dit
deze
dat
die
I don't know
49. Hebben jullie de documentaire over de Noordpool al gezien? Ik nog niet, maar ik ben er zeer in _________ .
geïnteresseert
geïnteresseerd
geinteresseerd
geinteresseert
I don't know
50. Ik laat mijn _________ vrienden trots mijn _________ huis zien.
veel / nieuw
vele / nieuw
velen / nieuwen
vele / nieuwe
I don't know

Now that you have completed the test, please fill in the form below and use the tick box to indicate whether you wish to be contacted by our customer service team for more information about courses in your city.
If so, we recommend that you leave as much information as possible in the comments box (optional).
You can then click "Get My Test Results" and the test results will be sent to your email.